VANAF DE ZIJKANT - Italië, tranen in 'de Laars'

Calcio. Het Italiaanse woord voor 'voetbal' klinkt geweldig. Ooit was het dat ook. Eind jaren 80 en begin jaren 90 werd er in de Serie A het beste voetbal van Europa gespeeld. Het was dan ook de competitie waar iedere speler naartoe wilde.
Logisch , want Bella Italia was het perfecte voetballand. Lekker weer (dat hadden ze in Engeland niet) en fanatieke fans (dat was in Spanje weer niet het geval). Geen wonder dat iedere jonge voetballer in Nederland er van droomde om ooit in de Serie A te spelen. Ook de Nederlandse televisie schonk veel aandacht aan de competitie met het programma Studio Italia. Emile Schelvis als presentator en mannen als Maradona, Gullit, van Basten en Klinsmann op het veld. Het waren de gouden jaren van het Italiaanse voetbal.

De geschiedenis heeft echter uitgewezen dat grote rijken altijd instorten. In het voetbal is het niet anders. In Italië ging het langzaamaan ook steeds minder. De stadions, die voor het WK 1990 nog waren opgeknapt, begonnen te verpauperen. Hooligans teisterden de tribunes en ook de bestuurders zelf bleken boeven te zijn. Als gevolg van dat laatste werden verschillende clubs flink gestraft. Vooral Juventus moest er aan geloven met een verplichte degradatie naar de Serie B en daarbovenop een flink aantal minpunten. Het zorgde er meteen voor dat de afgelopen jaren dodelijk saai waren met een Inter dat relatief makkelijk de scudetto kon winnen. Iets dat de aantrekkingskracht van de Serie A niet te goede kwam. 

Deze zomer werden de Italianen er wederom op gewezen dat ze voorbij zijn gestreefd door Engeland en Spanje. De beste speler van zowel Internazionale (Zlatan Ibrahimovic) en AC Milan (Kaká) vertrok naar Spanje, terwijl AS Roma voor het prachtige middenveld uit eigen kweek moet vrezen. Alberto Aquilani verliet reeds de Eeuwige Stad en vertrok naar Liverpool, terwijl Daniele De Rossi wel eens naar Arsenal zou  kunnen gaan. Bij Lazio hebben drie van de belangrijkste spelers een transferverzoek ingediend en Juventus lijkt buiten Diego moeite te hebben om echte toppers aan te trekken. Het is tekenend voor de huidige situatie, waarin het calcio zich bevindt. 

Het keerpunt had eigenlijk het EK 2012 moeten zijn. In Italië was men er van overtuigd dat ze dit eindtoernooi zouden krijgen, maar juist die ietwat arrogante houding wekte aversie bij veel stemmers. Het toernooi ging uiteindelijk naar Polen en Oekraïne. Een grote klap voor de Italianen, want het eindtoernooi zou een mooie gelegenheid zijn geweest om de vervallen stadions eens goed op te knappen. Dat is nu van de baan, hoewel er zo her en der wel een stadion een opknapbeurt krijgt. Dat is nodig ook, want in de meeste Italiaanse betonblokken zou je je ergste vijand niet willen achterlaten. Ach ja, de fans. De toeschouwersaantallen lopen al jaren hard terug in de Serie A, maar geen bestuurder die er wat aan doet. Blijkbaar worden ze niet als een belangrijk deel van het voetbal beschouwd.

Een werkelijk dieptepunt in de geschiedenis van het calcio vond wat mij betreft afgelopen weekend plaats. De strijd om de nationale supercup tussen Lazio en Internazionale vond plaats in China. Marco Polo is weliswaar iets dat beide landen verenigt, maar voor de rest vormde deze wedstrijd een minachting voor de fans van beide clubs. Voetballen in China: je zult maar supporter zijn van één van deze twee clubs en ineens naar Peking moeten om je favorieten te steunen. Alles voor de commercie, lijkt het motto momenteel in Italië. Er is echter een houvast voor de fans van het Italiaanse voetbal. Alle grote rijken storten in, dus eens zal de Serie A weer boven de Spaanse en Engelse competities staan. 

(Joris van de Wier/Goal.com)