Nieuws Live Scores

Van Meel op maandag: Allerbeste Johan,

Wanneer ik het las? Donderdag half 2. Op de groepsapp van mijn voetbalteam. Het was zo’n bericht dat je even doet zwijgen en zuchten, om vervolgens weer door te gaan met het leven. Maar het leven staat al een paar dagen stil. Door jou, Johan. Jouw dood zette me aan het denken. Ik wil het daarom even met je hebben over geloof. Want ik denk dat ik het zie. Mag ik trouwens Johan zeggen?

Ik heb nooit echt geloofd, Johan. Als kind moest ik weleens met mijn ouders en broers naar de kerk tijdens Pasen en Kerst. Niet dat mijn broers en ik gelovig werden opgevoed, maar mijn ouders vonden het denk ik goed voor ons als we een beetje nadachten over het leven. Al voelde het meer als overleven. We leerden er vooral geduldig te zijn. Tot de dienst was afgelopen. Pa nam altijd voor ons alle vier een potlood mee. Konden we tekeningen maken in onze kerkboekjes. Liepen we elkaar tenminste niet te kloten. Was vast ergens goed voor dat wij daar waren. Maar nog steeds geloofde ik niet echt in een god. Nu wankel ik. “Je gaat het pas zien als je het doorheb.”

Constant maakte je schijnbewegingen. En lang heb je me op het verkeerde been gezet, zoals je dat bij iedereen deed. Binnen en buiten de krijtlijnen. Weet je nog dat je zei dat je zelf ook niet geloofde in god, omdat er nooit een wedstrijd gewonnen kon worden als 22 spelers een kruisje sloegen voor een wedstrijd? Zou het altijd gelijkspel zijn. Prachtig. Ik knikte instemmend als jij zoiets zei, net als iedereen. Ik knikte altijd, ook al begreep ik er vaak geen fluit van. Nog vaak verstapte ik me als ik dacht je te begrijpen. Maar nu heb ik eindelijk de bal afgepakt. Het is tijd om het toe te geven, Johan. De signalen zijn nu overduidelijk. "De waarheid is nooit precies zoals je denkt dat hij zal zijn." 

Allereerst: je duikt plots op in toe-val-lig een week die aan elkaar hangt van terreur en ellende. In een week waarin de wereld gevuld is met angst, boosheid, verdriet en wantrouwen door die verdomde bomaanslagen. Juist in deze week, waarin haat constant op de loer ligt als een ratelslang, zoekend naar het blote been van de schuldige. Juist in deze week. Een week waarin het moeilijk is om woorden als vertrouwen, geloof en vrede uit te spreken. Juist nu sta jij op? Erg toevallig allemaal, Johan.  

Vervolgens eet je jouw laatste maal op Witte Donderdag, word je op Goede Vrijdag gecremeerd en vind je je laatste rustplaats op Stille Zaterdag. En Tweede Paasdag? Schei uit. Had ik nooit achter je gezocht, woordgrappen. Jij maakte geen grappen. Jij zei de waarheid. Maar leuk bedacht, PassMaandag. Man, die passes die jij gaf. Vanuit het middenveld, met buitenkant voet. Naar alle hoeken van het veld. Passes die altijd aankwamen. Passes die een bal meteen stil konden leggen om door de spits meegenomen te worden. Jij overzag alles en iedereen. Juist, zoals een God.

En dan die afkorting. JC. Dat ik in die schijnbeweging trapte. Ongelofelijk. Als ik wist dat het Bijbelverhaal niet over Jezus Christus ging maar over jou, zat ik iedere dag in de kerk. 

Ik zie het nu, Johan. Jij hebt al je laatste krachten verzameld om onze pijn voor even te verzachten met jouw beelden, jouw woorden, jouw gebaren. Jij wilde ons alle ellende voor even laten vergeten. Ik dacht eerst dat je een schwalbe maakte. Maar je bent hard getackeld en je staat niet meer op. Zijn we er tòch ingetuind.

Ik geef me over. Ik geloof in jou, Johan. Bedankt.