thumbnail Hallo,

Bij de Klassieker van 1985 in Amsterdam moest een groot talent uit de jeugd Ajax geluk brengen als mascotte. Voor voetbalgeluk was hij echter niet in de wieg gelegd.

Op 6 oktober 1985 zag ik (bovengetekende) mijn eerste Klassieker. Feyenoord won met 1-2 in het Olympisch Stadion. Het programmaboekje van die wedstrijd ligt nu voor me, bijna 28 jaar later. Bewaard gebleven in een berg voetballeesvoer uit het verleden. Op de voorpagina een foto met Marco van Basten en Gerald Vanenburg, juichend tijdens een eerdere editie van Ajax-Feyenoord. Van Basten heeft dat jonge seizoen al veertien keer gescoord en is topscorer, zo blijkt uit een lijstje op pagina 7. Even verderop, op pagina 18, aandacht voor de mascotte.

“Ook bij de topper Ajax-Feyenoord zullen de Ajacieden kunnen rekenen op de steun van een Ajax-mascotte”, luidt de beschrijving onder de foto van een lachend jongetje. “Vanmiddag is dat de negenjarige Michael Offenberg, speler van Ajax E1. Speciaal voor deze competitie-klassieker is Michael uitverkoren want hij is een ‘oude rot’ in het vak van mascotte! Vorig seizoen was hij ook al eens present, toen aan de zijde van Dick Schoenaker, deze keer aan die van Frank Rijkaard. Begeleidt u de Ajax-mascotte Michael Offenberg met een warm applaus!”

“Beste speler ooit”
Michael of Mike Offenberg had volgens kenners alles om een grote voetballer te worden.  Co Adriaanse zei over hem, terugblikkend op zijn periode als hoofd jeugdopleiding: “De beste speler die ik ooit gehad heb bij Ajax."

Offenberg was een generatiegenoot en vriend van Clarence Seedorf. De vader van Seedorf, Johan, vertelde over hem in de Volkskrant. “Clarence is twintig en behoort nu al tot de groten, dat is wat hoor. In de jeugd van Ajax en bij de KNVB-elftallen speelde Clarence samen met Mike Offenberg. Ik heb ze op het EK in Cyprus gezien, giganten, moordenaars. Mike heeft het niet gehaald. Clarence wel. De thuissituatie kan het verschil maken. Maar de eer is aan Clarence. Hij leefde voor zijn sport.”

“Huilen met Seedorf”
Bij Ajax redde Offenberg het niet en ook bij HFC Haarlem kwam hij niet tot bloei. Toen Seedorf in 1996 op twintigjarige leeftijd voor Real Madrid speelde, zat Offenberg zonder club. In de biografie van Seedorf beschrijft Simon Zwartkruis hoe Seedorf zijn jeugdvriend nog probeerde te helpen:

“Ze waren bevriend sinds ze bij dezelfde instuif van Ajax ontdekt werden. Offenberg, een getructe linkeraanvaller, volgens vele jeugdtrainers van Ajax het grootste talent sinds jaren. Samen doorliepen ze de jeugdelftallen en de nationale jeugdselecties, de toekomst zou aan hen zijn. Maar het is Offenberg nooit gelukt zijn belofte in te lossen. Toen Seedorf tijdens zijn eerste jaar bij Real Madrid vernam dat zijn vriend sportief op een dood spoor was beland, vroeg hij Fabio Capello om een gunst. Of zijn beste vriend uit zijn Ajax-lichting een tijdje met Real Madrid mocht meetrainen. Capello vond het best. Seedorf regelde de overkomst van Offenberg, ruimde een logeerkamer voor hem in en er was weer hoop.”

Seedorf regelden een trainingsstage bij het Real Madrid van Capello voor Offenberg

“Tot die dag waarop Offenberg medisch getest werd bij Real. Bij Ajax werd de aanvaller vaak luiheid verweten. Slapen was zijn voornaamste bezigheid. En op het veld was zijn karakteristieke pose: voorovergebogen, met de handen op zijn knieën, uitpuffend na een geniale actie. Meeverdedigen deed hij niet. Tijdens de medische test ontdekte de cardioloog van Real Madrid de oorzaak van de gebrekkige conditie van Offenberg. Een van zijn hartkleppen bleek niet goed te functioneren, bij grote inspanningen stond zijn hart soms enkele seconden stil. Offenberg bleek al jaren met zijn leven te spelen. Aan Seedorf was de moeilijke taak zijn vriend mee te delen dat voetballen voor hem geen optie meer was en nooit meer zou worden. Dat moment, samen huilend in het scheidsrechterhok van het trainingscomplex: soms denkt Seedorf daar even aan, als hij zelf een moeilijk moment heeft. En dan telt hij zijn zegeningen.”

“Foute voetballer”
De voetballoopbaan van Offenberg was voorbij, maar een andere loopbaan lonkte. In het boek ‘Het foute elftal, moord en doodslag in de voetballerij’ van Jan-Cees Butter en Joost Houtman uit mei 2012 komt Offenberg voorbij als een van de voetballers die het verkeerde pad koos:

“Hij is de jongste telg van een heuse misdaaddynastie. Tegen Gijs van Dam senior, vader van zijn moeder, de roemruchte hasjhandelaar uit Amsterdam, moet hij opa zeggen. Diens zoon, Gijs van Dam junior, overleeft in 2002 ternauwernood een moordaanslag. In 2004 krijgen ze junior wel te pakken in zijn rolstoel. Een regelrechte afrekening. Ook Mikes vader, Rob ‘Robbie’ Offenberg, lust wel pap van het criminele leven. Robbie is in de jaren tachtig dikke vrienden met de twee Heineken-aanvoerders, Cor van Hout en Willem Holleeder. In 1984 verneemt het illustere duo tijdens hun vlucht voor de politie dat Robbie tijdens een tragisch verkeersongeluk in België om het leven is gekomen. ‘Peetvaders’ Van Hout en Holleeder nemen de ‘opvoeding’ van Mike deels in handen.”

Ook Mike Offenberg ging uiteindelijk het criminele pad op en werd veroordeeld voor een gewapende overal, verboden wapenbezit, bedreigingen en oplichting. Ook werd hij in verband gebracht met drugshandel en witwaspraktijken. Zo kwam zijn naam voor in het dossier van Holleeder. Ondanks berichten over een professionele cocaïnelijn, de dubieuze financiering van een huis van 1,5 miljoen euro in Aalsmeer, beruchte adviseurs en de ontvoering van zijn moeder Alida van Dam, wast Offenberg zijn handen in onschuld. Harde feiten blijven uit. Het boek besluit zo: “Mike Offenberg: glad als een paling. Usual suspect Offenberg slaagt erin Justitie steeds op het verkeerde been te zetten. Loopt hij zich dan nooit vast?

Gerelateerd