thumbnail Hallo,

"Grappig dat iemand zoveel jaar na dato nog aan die tijd bij Pro Patria denkt", zegt een verbaasde Rick Testa la Muta me aan de andere kant van de lijn.

Terug in de tijd. 1987. Ik was veertien jaar en voetbalgek. In de schoolpauzes had ik meestal geen tijd voor huiswerk of sociale onderonsjes met klasgenoten. Nee, ik sprong op mijn fiets naar de Bruna. Daar las ik alles wat met voetbal te maken had. Tot ergernis van de verkoper, want meestal kocht ik niets. De Italiaanse sportkrant La Gazzetta dello Sport was mijn favoriete leesvoer. De editie van de dag ervoor lagin het rek. Minuten bleef ik verscholen achter het roze papier. De eerste pagina’s gingen over de grote clubs. Over Napoli, van Diego Maradona, over AC Milan, van Ruud Gullit en Marco van Basten. Ik stopte niet bij de verhalen over de Serie A, maar bladerde verder naar de tekst en karakteristieken van de Serie C. Daarin speelde ook een Nederlander, Ricky Testa la Muta. "Ga je ook nog wat kopen", klonk opeens van achter de toonbank. De verkoper. Ik keek verschrikt op en weg was ik, terug naar school.

Pro Patria of AC Milan
Nu, 25 jaar later. "Ik ben met Marco opgegroeid in Utrecht", vertelt Testa la Muta aan Goal.com. “We zijn even oud, schelen vier dagen, ik ben van 27 oktober 1964, hij van 31 oktober. We woonden vlak bij elkaar, speelden met elkaar, kwamen samen uit voor Elinkwijk en vertegenwoordigende elftallen. Er kwam destijds veel talent uit Utrecht, Gerald Vanenburg bijvoorbeeld, ook een vriend van me."

In het kielzog van Van Basten en Gullit vertrok Testa la Muta in 1987 naar Italië. Ze hadden dezelfde manager, de Mino Raiola van toen, Apollonius Konijnenburg. Een jaar later bracht hij ook Frank Rijkaard naar Milaan. Voor Testa la Muta geen AC Milan of een andere club in de Serie A. Pro Patria werd zijn club, uit Busto Arsizio, vlakbij Milaan, uitkomend in de Serie C2.

"Ik heb een Italiaanse vader en een Nederlandse moeder, maar werd niet meteen als Italiaan beschouwd”, aldus Testa la Muta. “Daardoor kon ik niet zomaar bij clubs uit de Serie A en Serie B aan de slag. Ik heb wel stage gelopen bij Pisa en Genoa, maar het aantal buitenlanders was reglementair beperkt. Ik moest eerst een paar jaar in de Serie C spelen om voetbal-Italiaan te worden."

"Toen kwam Konijnenburg opeens met Pro Patria", aldus Testa la Muta. "Dat avontuur wilde ik aangaan. Het was een profclub en er heerste ook een echte profmentaliteit. Als spits was het voor mij wel even wennen. Ze speelden erg verdedigend, catenaccio. Ik heb maar drie goals gemaakt dat seizoen, maar maakte er wel één in de derby tegen Legnano. Die was voor de supporters erg belangrijk. Bij thuiswedstrijden zaten er gewoon 5.000 tot 6.000 toeschouwers en in de derby tegen Legnano wel 8.000 man. Ook heb ik vriendschappelijk tegen AC Milan gespeeld, op zomaar een donderdagavond. In de voorbereiding speelden we ook nog tegen Torino. Het was een mooie ervaring."

"Ik was 22 en werd behandeld als een topvoetballer. Als we wonnen, werd ik op handen gedragen en kon ik gratis eten. Ik was een idool voor de plaatselijke toeschouwers. Maar als we twee thuiswedstrijden op rij verloren, werden we met tomaten of stenen bekogeld. Als halve Italiaan weet ik hoe de mentaliteit is. Winst en verlies liggen daar dicht bij elkaar."

"God kwam binnenlopen"
Testa la Muta maakte in Italië de opkomst van AC Milan mee dat onder aanvoering van Gullit het Napoli van Maradona van de troon stootte. Van Basten was lange tijd geblesseerd, maar maakte het slotfeest nog wel mee. “Marco woonde in Castellanza, op een kilometer van Busto Arsizio. Hij kwam regelmatig bij mij kijken. Voor die mensen bij Pro Patria kwam God opeens binnenlopen en was iedereen helemaal van de kaart. Ik kwam ook regelmatig in San Siro of op Milanello. We deden alles samen. Voor Marco was het een lastig jaar door zijn blessures. Daarvoor is hij ook een paar maanden terug naar Nederland gegaan. Toen Marco weg was, was ik helemaal op mezelf aangewezen, best moeilijk. Ik was daar met mijn vrouw en kind, maar verder was het keihard werken en keihard trainen."

"Het kampioensfeest van Milan heb ik nog meegemaakt. De volgende dag was er geen sportkrant meer te krijgen. Ik zat er middenin, ook in de buitensteden was het feest. Complete chaos. Onder de Milan- fans tenminste. Als ik in een taxi zat bij een Interista werd ik gewoon uit de taxi gegooid."

"Voetbal in het bloed"
Voor Testa la Muta was het zijn laatste feestje in Italië. Pro Patria degradeerde uit de Serie C2. “Mijn doel was om via Pro Patria door te stoten naar de Serie A of B. Ik had geen zin in nog een seizoen op dit niveau. Daarom ben ik teruggegaan naar Nederland. Ik ging bij de amateurs spelen. Achteraf had ik misschien moeten doorzetten om prof te worden. Toen was ik het zat, dat profvoetbal. Tot mijn 33 ste heb ik als amateur (bij Holland, Kranenburg, red.) nog alle prijzen gewonnen die er te winnen zijn en ook heb ik nog in de zaal gespeeld."

Tegenwoordig is Testa la Muta net als Van Basten coach, vorig seizoen bij DHSC, een club die ontstond uit een fusie van de Utrechtse amateurclubs Holland, DOS en Stichtse Boys. Het beroep van trainer was een beroep waar beiden in 1987 nooit aan dachten. “Bij Pro Patria heb ik in één seizoen vier trainers gehad, drie werden er ontslagen. Dat schijnt erbij te horen, maar dat wilde ik nooit meemaken. Ik wilde geen coach worden. Speler zijn is het mooiste, maar het voetbal zit toch in mijn bloed. Marco wilde ook nooit trainer worden. Nu is hij het toch, we zijn allebei liefhebbers."

"Pro Patria blijft een mooie herinnering", besluit Testa la Muta. "Ik ben er nog wel eens langs gereden op weg naar vakantie in Rimini. De mensen herkenden me nog. Voor hen was het ook een bijzondere tijd, de tijd dat Van Basten kwam kijken."