thumbnail Hallo,

Tarik Oulida was onlangs even terug in Amsterdam, bij de jubileumwedstrijd van Sjaak Swart. De 39-jarige oud-Ajacied vertelde aan Goal onder meer over zijn leven na Ajax.

In het Olympisch Stadion liet Oulida zien nog altijd over een fluwelen balbehandeling te beschikken. Tijdens de warming-up al. Bij een sessie hooghouden met oud-teamgenoot Patrick Kluivert hield hij altijd controle over de bal. Net als vroeger. En in de wedstrijd dropte hij hier en daar een geniaal steekpassje. Bovendien leek de 39-jarige middenvelder bijzonder fit. Hij torste in ieder geval minder overtollig vet met zich mee dan zijn teamgenoten. “Fit? Vind je? Ik heb lang niet gespeeld”, aldus Oulida na afloop tegen Goal. “Maar voetballen verleer je niet. Alleen de conditie laat wat te wensen over.”

Leven na Ajax
De loopbaan van Oulida kwam in 2004 na een mislukte terugkeer in Nederland bij ADO ten einde. Dertig jaar was het voormalig toptalent toen pas. Oulida doorliep de jeugdopleiding van Ajax en maakte op 4 april 1993 tegen FC Den Bosch (4-0) op negentienjarige leeftijd zijn debuut in de Amsterdamse hoofdmacht. Zoals een uitzonderlijk Ajax-talent betaamd, scoorde hij bij zijn debuut. Ook bij zijn eerste wedstrijd in de Champions League op 7 december 1994 tegen AEK Athene baarde Oulida opzien. De linkermiddenvelder nam beide goals in de 2-0 overwinning voor zijn rekening. Het leek het gelijk van Johan Cruijff. Laatstgenoemde pleitte destijds al langer voor een kans voor Oulida in het eerste.  Hoofdcoach Louis van Gaal dacht daar echter anders over. Hij was ook zeker niet van plan de wens van Cruijff te volgen.

Bovendien was de concurrentie zwaar, met iemand als Edgar Davids als linkshalf. Na het duel met AEK speelde hij, mede ook door fysieke ongemakken, nog maar twee duels voor Ajax en nadat de Amsterdammers in 1995 de Champions League hadden gewonnen, zocht Oulida zijn heil in Spanje. Bij Sevilla FC kwam zijn talent, opnieuw mede door blessures, ook nooit helemaal uit de verf. In zijn eerste seizoen bij de club speelde Oulida slechts vijf competitieduels en in zijn tweede jaar kwam hij niet verder dan tien wedstrijden. Na de degradatie naar de Segunda División in 1997 speelde hij wel veel (28 keer) en vervolgens koos Oulida voor een avontuur in Japan. Hij maakte de bloei van zijn loopbaan mee bij Nagoya  Grampus Eight, maar raakte in Nederland in de vergetelheid. In de zomer van 2002 was hij even terug in Europa bij het Franse CS Sedan Ardennes. Toen die ploeg degradeerde uit de Ligue 1 ging hij in juli 2003 naar Japan, naar Consadole Sapporo. Met acht Eredivisiewedstrijden voor ADO Den Haag kwam in 2003/2004 een roemloos einde aan de loopbaan van Oulida.

"Trainer? Later misschien?"
Als voetballer maakte hij een wereldreis en aan die reis kwam ook na zijn loopbaan geen einde. Aan Nederland ging die carrière grotendeels voorbij. Op woensdag 3 juli was de wereldburger weer even op de plek waar hij zijn Nederlandse hoogtepunt beleefde, in het Olympisch Stadion. "Ik woon tegenwoordig in Marbella", zegt de Amsterdammer. "Maar kom nog wel eens in Amsterdam. Mijn familie woont hier. Sowieso reis ik veel."

"Het gaat goed met me. Ik ben druk bezig, ook in het voetbal. Als een soort tussenpersoon voor de contacten die ik heb, zit ik in de spelersmakelaardij. Ik ben altijd met spelers bezig, in Portugal, Spanje, Turkije, Brazilië. Ook doe ik scouting. Ik heb mijn eigen bedrijf, maar werk samen met agentschappen in het buitenland. Zo ben ik nu bezig om spelers uit Portugal naar Turkije te transfereren. Dat is allemaal gaande. Trainer worden? Misschien later. Ik ben nog jong, heb nog alle tijd."

"Maher paste bij Ajax"
Ten slotte een kwestie. Als Amsterdammer met Marokkaanse roots haalde Oulida het eerste van Ajax. Dat maakt hem uniek, want zijn voorbeeld werd niet of nauwelijks gevolgd. Wanneer breekt er weer Marokkaanse jeugd door bij Ajax? "Daar heb ik niet echt een verklaring voor", aldus Oulida. "Wat ik wel weet, is dat je in het algemeen een bepaalde mentaliteit moet hebben om te slagen bij Ajax, mentale hardheid. Ik weet niet of dat nog steeds zo is, maar in mijn tijd moest je van je af bijten. Niet schuchter zijn, maar gewoon ballen. Ik heb twaalf jaar bij Ajax gespeeld, dus dan leer je dat wel. Het begint al in de opleiding. Ik heb het gevoel dat het weer een beetje terugkomt, die Amsterdamse bluf. We zijn Amsterdammers, dus dat moet ook."

"Adam Maher zou een goede speler voor Ajax zijn geweest", besluit Oulida. "Hij had bij Ajax gepast, maar het is zijn keuze om voor PSV te spelen en ook de keuze van Ajax hem niet te nemen. Wel jammer, want hij woont bijna om de hoek in Diemen. Ik hoop dat het goed met hem gaat. We moeten zien hoe hij het doet op een hoger niveau."