thumbnail Hallo,

Henk Fraser maakte bij ADO Den Haag een succesvolle entree als hoofdcoach in het betaalde voetbal. Een morele overwinning voor het ‘Spook’ van 1990.

Op kantoor in het stadion heeft trainer Fraser nog een analyse van de komende tegenstander AZ op het programma staan. ADO is nog niet helemaal zeker van lijfsbehoud en niets mag aan het toeval worden overgelaten. Maar eerst even terug naar 24 jaar geleden.  

Speler Fraser had in de zomer van 1990 zijn tweede jaar bij Roda JC achter de rug en stond voor een transfer naar Feyenoord. De toen 23-jarige verdediger, die op dat moment twee oefeninterlands achter zijn naam had staan, kreeg van bondscoach Leo Beenhakker een oproep voor het Nederlands Elftal. Hij maakte deel uit van de voorlopige WK-selectie. Toen Juul Ellerman, Wim Hofkens, Hendrie Krüzen, Edward Sturing en John Bosman in de voorbereiding afvielen, mocht hij zich zelfs opmaken voor zijn eerste grote toernooi. Dat was voor Fraser, toen nog gewoon Fräser genoemd, geen aanleiding om hoog van de toren te blazen. In een selectie met sterren als Ruud Gullit, Marco van Basten, Frank Rijkaard en Ronald Koeman kende hij zijn plek.

Spook
Zwijgend bewoog Fraser zich doorgaans door de groep. Niet voor niets noemde Gullit hem Het Spook. “Ik denk dat niemand me kwalijk kan nemen dat ik me terughoudend opstelde met al die grote namen in de groep”, aldus de nu 47-jarige Fraser tegen Goal. “Mijn respect voor spelers als Van Basten, Gullit en Rijkaard was misschien iets te hoog. Maar stilzwijgen is geen onwetendheid. Respect is geen ontzag. Ik nam bewust een bescheiden positie in. Daarom was ik stil. Plus dat het mijn aard was. Ik was nog niet zover om me uitbundig te profileren en trok me vooral terug. Van nature ben ik iemand die graag en goed alleen kan zijn. Ik voelde me niet onprettig. Voor anderen kwam dat misschien wel zo over.”

"Met slaapkamergenoot Danny Blind had ik bijvoorbeeld niets gemeenschappelijks" -Henk Fraser

De stilte van Fraser in Italië kwam ook voort uit het gebrek aan een warme band met zijn teamgenoten. “In de groep had ik geen klankbord. Bij een aantal mensen had ik wel een goed gevoel, zoals bij Gerald Vanenburg, Jan Wouters, Aron Winter of John van Loen. Bij hen kon ik zeker terecht als ik daar moeite voor zou doen. Maar de selectie had een hoog Ajax-gehalte. Ik voelde afstand met sommige spelers. Met mijn slaapkamergenoot Danny Blind had ik bijvoorbeeld niets gemeenschappelijks. Ik denk niet dat Blind voor Henk Fraser als kamergenoot had gekozen en andersom ook niet. Er was geen irritatie overigens, maar geen klik.”

Irritatie bij Van Basten
“Ik moest keihard trainen en hoefde geen bepalende rol te hebben”, vervolgt Fraser. “Ik trainde elke dag tegen Van Basten. Als hij 80 procent gaf, moest ik 120 procent geven om een kans te maken. Ik trainde scherp, soms hard, wat irritatie opleverde bij Van Basten. Ik heb een paar schoppen van hem gehad. Dat begon al in de voorbereiding. Na drie zware tackles en een elleboog, die me gelukkig maar half raakte, heb ik met enig succes wel mijn gram gehaald. Mijn grens was bereikt en ik schopte terug. Toen kreeg ik op mijn sodemieter van de trainer. Beenhakker ging helemaal los. ‘Dit is wel de man die ons wereldkampioen kan maken’, zei hij. Achteraf begrijp ik dat.”

Fraser hield zich daarna in. Het voorval had plaats op de training vlak voor de wedstrijd tegen Duitsland en betekende een ommekeer in zijn trainingsarbeid. Lang hoefde Fraser zich niet in te houden, want de uitschakeling van Oranje werd weldra een feit.

"Na drie zware tackles en een elleboog schopte ik terug. Toen kreeg ik op mijn sodemieter van Beenhakker"
-Fraser stond tijdens de training op Marco van Basten

Matige invalbeurt
De eerste twee wedstrijden van het toernooi tegen Egypte (1-1) en Engeland (0-0) maakte Fraser nog geen deel uit van de wedstrijdselectie, maar in de laatste groepswedstrijd tegen Ierland zat hij op de bank. En hij mocht in de 59ste minuut zelfs invallen voor Richard Witschge. Doel van Beenhakker was om de 1-0 voorsprong te verdedigen. Dat lukte niet. Doelman Hans van Breukelen had een harde terugspeelbal van Berry van Aerle niet onder controle, waarna Niall Quinn in de rebound scoorde. De Iers spits was alerter dan zijn tegenstander Fraser. Met het gelijkspel plaatste Nederland zich wel voor de tweede ronde.

“Superfrustrerend dat ik die goal niet kon voorkomen”, aldus Fraser. “Ik dacht dat Van Breukelen de bal zou hebben en doordat ik dat dacht, was ik te laat. Dat moment spookte wel even door mijn hoofd. Ik was mijn invalbeurt ook slecht begonnen. Mijn eerste balcontacten waren heel matig. Er zat geen gedachte achter, het duurde te lang. Een stukje zenuwen, spanning. Ik had nog heel weinig ervaring. Invallen is sowieso niet makkelijk. Ik ben blij dat ik me enigszins kon herstellen. Als je kijkt naar hoe ik inviel, had ik meer tijd nodig om die stap naar WK-niveau te maken. Voor mij kwam dit moment misschien net te vroeg.”

Te weinig interlands
Het WK bleek geen start van een lange interlandloopbaan. Na het toernooi kwam Fraser nog maar drie

WK-VOORSPELLING HENK FRASER

Nederland gaat het zwaar krijgen. Dan kijk ik naar de omstandigheden, het klimaat, en omdat het team niet compleet genoeg is.

Over het voetballend vermogen maak ik me geen zorgen, maar wel over de duelkracht. De Nederlandse spelers zijn die stevige duels niet gewend. Ik vrees dat Nederland de groepsfase niet overleeft.

Hopelijk heb ik geen gelijk en wordt Oranje wereldkampioen. Maar ik denk dat Brazilië de titel pakt en dat Duitsland tweede wordt. De Duitsers zie ik als enige Europese land ver komen. De derde plaats is voor een land van het Zuid-Amerikaanse continent, Chili misschien, of Colombia.

keer in actie voor het Nederlands Elftal, waarvan de laatste keer in 1992. Bij zes interlands stokte de Oranje-loopbaan van de verdediger. Waarschijnlijk deels door blessures, deels door zijn lichtontvlambaarheid en deels door zijn bescheidenheid. Want over zijn potentie waren de kenners het toen al eens. Zo roemden Willem van Hanegem en Arie Haan zijn kwaliteiten. En Marco van Basten, Ruud Gullit en Frank Rijkaard spraken in Milaan eens over de ideale verdediger voor Oranje. Zij kwamen uit bij Henk Fraser.

“Als ik heel kritisch naar mezelf kijk, kan ik zeggen dat ik te weinig uit mijn spelersloopbaan heb gehaald”, reageert Fraser. “Ik kon alles redelijk, was vrij compleet, was heel atletisch, fysiek sterk. Een moderne verdediger. Dat licht ontvlambare is een groot nadeel gebleken. Ik had mijn emoties niet helemaal onder controle. Als ik me goed voelde, dan sprong ik over iemand heen, maar er waren veel dagen dat ik me ergerde aan alles en nog wat. Dan gaf ik juist een schop. Als ik alles opnieuw zou kunnen doen, had ik het totaal anders gedaan. Met mijn kwaliteiten had ik niet zo hoeven voetballen als ik gedurende een groot deel van mijn loopbaan heb gedaan. Die bescheidenheid heeft me ook parten gespeeld. Ik besefte toen niet goed waartoe ik in staat was.”

“Altijd dacht ik dat het aan anderen lag”, aldus Fraser. “Bij Oranje voelde ik me niet op mijn gemak, vooral door de tegenstelling Ajax-Feyenoord. Later besefte ik pas dat dat aan mij lag. Bij de Suriprofs had ik precies hetzelfde. Op een gegeven moment wilde ik ook niet meer voor de Suriprofs spelen. Het zit niet in waar ik vandaan kom. Ik heb tijd nodig om te wennen binnen een organisatie. Ik had veel meer de tijd moeten nemen om me op mijn gemak te voelen bij Oranje en de Suriprofs. Die tijd was er niet.”

Niet het toptalent van Seedorf
Waar de toppers van 1990 hun sporen als trainer inmiddels al hebben verdiend of zelfs al min of meer afscheid hebben genomen van het trainersvak, is de loopbaan van trainer Fraser eigenlijk pas net begonnen. De wens om trainer te worden, kwam ook pas tegen het einde van zijn loopbaan, in 1998. Daarvoor dacht hij niet eens na over tactiek. Hij schakelde zijn man uit en speelde zijn eigen wedstrijd.  Ruud Gullit zei het, pratend over het WK van 1990, onlangs nog bij Studio Voetbal. Hij had geen trainer in Fraser gezien. Te stil.

“Nu ga ik al richting de vijftig en weet ik veel beter te handelen naar de omstandigheden”, stelt Fraser. “Dat kon ik toen niet. Voor mij is Clarence Seedorf een voorbeeld. Als mens ben ik niet het toptalent dat Seedorf wel is. Hij was op zijn zestiende dezelfde persoonlijkheid als nu bij Milan. Dat had ik niet. Dat heeft deels met mijn aard te maken, met opvoeding, met cultuur. Daar heb je geen invloed op.”

Grootste hindernis
Fraser bewandelde als coach dan ook de weg der geleidelijkheid. Hij begon in oktober 1998 als jeugdtrainer bij Feyenoord en bleef in die functie actief tot 2007. Daarna werd hij assistent-trainer bij ADO Den Haag, jeugdtrainer bij PSV, weer assistent bij ADO en assistent bij Jong Oranje. In februari van dit jaar kwam na het ontslag van Maurice Steijn de kans om hoofdtrainer in het betaalde voetbal te worden. “Dit was mijn traject, daar schaam ik me niet voor”, aldus Fraser. “Ik moest het zo doen omdat ik bepaalde dingen beheers, misschien wel beter dan anderen, maar andere dingen beheerste ik minder.”

De grootste hindernis voor Fraser om een trainersloopbaan te starten was wel zijn angst om voor een groep te spreken. Juist daarom wilde hij vroeger nooit trainer worden. “Dat heb ik echt moeten leren. Van mensen als Wim van Zwam en Remy Reijnierse heb ik op de cursus coach betaald voetbal veel opgestoken. Ook heb ik goed gekeken naar anderen. Met open mond keek ik vroeger naar Leo Beenhakker. Na een bespreking van Beenhakker wilde ik gelijk het veld op. Zo gemotiveerd was ik. Waanzinnig. Je moet soms een rol spelen om mensen te beïnvloeden en het maximale uit je spelers te halen.”


Henk Fraser in actie namens Feyenoord in 1991

Betere trainer dan voetballer
“Gaandeweg heb ik ontdekt dat je jezelf pas kan ontwikkelen als je uit je comfortzone komt,” gaat Fraser verder. “Daar heb ik te lang mee gewacht, zeker als voetballer. Als trainer eigenlijk ook wellicht. Ik had vijf jaar eerder trainer kunnen zijn, die kansen waren er wel. Maar ik had het simpelweg naar mijn zin, ook als assistent. Als die kans zou komen, wilde ik ook goed beslagen ten ijs komen. Ik wil een betere trainer worden dan ik als voetballer was. Als trainer kan ik een hoger niveau bereiken dan het niveau waarop ik voetbalde.”

Misschien over een jaar of tien. Als Ruud Gullit, Marco van Basten, Frank Rijkaard en Ronald Koeman genieten van hun pensioen. Als de sterren van toen alleen nog uit hun rust ontwaken voor een analyse op TV. Als tachtiger Leo Beenhakker een sigaartje opsteekt in zorgcentrum Akropolis in Rotterdam. En als Don Leo nog eens zucht bij de gedachte aan 1990. Dan klinkt zijn stem nog vanuit kleedkamers. Nee, het is geen spook. Het is Henk Fraser. De sterren van dan hangen aan zijn lippen.

Volg Jesse Wieten op

Gerelateerd