thumbnail Hallo,
De beker bleef in Frankrijk, een beker met een smet weliswaar, en vol verhalen

Eerste CL-finale: doping en andere verhalen

De beker bleef in Frankrijk, een beker met een smet weliswaar, en vol verhalen

Getty

Twintig jaar geleden werd de eerste finale van de Champions League gespeeld. Een finale vol verhalen, over de winnende goal, over doping, omkoping en Marco van Basten.

Op 26 mei 1993 trad AC Milan in het Olympiastadion in München aan tegen Olympique Marseille. De  twee teams speelden voor het oog van meer dan 70.000 toeschouwers de eerste finale van een nieuw tijdperk. Het tijdperk van de Champions League, de opvolger van de Europa Cup I. Bij Marseille stonden Franse sterren als Fabien Barthez, Marcel Desailly en Didier Deschamps aan de aftrap, aangevuld met de buitenlandse toppers Abedi Pelé, Alen Boksic en Rudi Völler. Bij Milan deden twee Nederlanders mee, Frank Rijkaard en Marco van Basten. Onder anderen Franco Baresi en Paolo Maldini vormden de overige overblijfselen van het gouden Milan dat in 1989 en 1990 de Europa Cup I veroverde.

De goal

Milan had zich met overmacht voor de finale geplaatst en begon als favoriet. Eén moment deed underdog Marseille echter opveren. De Fransen mochten op slag van rust een hoekschop nemen en die werd genomen door Pelé. Met links draaide hij de corner voor het doel en Basile Boli kopte de bal tegen de touwen. Onlangs verklapte de Fransman het geheim achter die treffer. "Eigenlijk wilde ik dat dit tussen mij en Abedi Pelé zou blijven, maar het is nu al twintig jaar geleden", zei hij in France Football. "Abedi zei voor de wedstrijd tegen mij: 'Base, let niet op de tweede paal, daar zijn ze fantastisch.' Ik luisterde en hij voegde daaraan toe: 'Doe net alsof je naar de tweede paal gaat, maar ga naar de eerste paal.' Toen nam Abedi de hoekschop en keek op. Zijn ogen raakten mijn hersenen. 'Begrijp je wat ik je net heb verteld, vertelden die ogen. Ik dacht: Als ik het niet doe, gaat hij schreeuwen. Dus ik deed het, of de bal nu zou komen of niet."

De bal kwam, Boli klopte Rijkaard in de lucht en scoorde. Marseille won, met 1-0.

De eerste keer
Boli maakte het eerste doelpunt ooit in een finale van de Champions League en zorgde voor meer primeurs. Zo bezorgde hij Frankrijk de eerste en tot nu toe laatste eindzege in de Champions League. Bovendien was hij verantwoordelijk voor de eerste en enige overwinning van een Belgische trainer, Raymond Goethals, in de beker der kampioenen.

De laatste keer
De eerste keer van Boli stond in schril contrast met de laatste keer van zijn directe tegenstander. Marco van Basten was ondanks chronische enkelklachten klaargestoomd voor de eindstrijd, maar kon eigenlijk al nauwelijks meer lopen. Tegen een gigant als Boli was hij helemaal niet bestand. Hij speelde een bijrol en werd in de 85ste minuut vervangen. Hoewel zijn echte afscheid daarna nog twee jaar op zich liet wachten, speelde Van Basten in München zijn laatste wedstrijd als prof. "Mijn laatste wedstrijd heb ik eigenlijk gespeeld in december '92", zei hij. "Toen ben ik geopereerd en sindsdien is het alleen maar ellende geweest."

Boli en Van Basten kwamen elkaar later nog eens tegen. "Ik ontmoette hem bij een voetvolleybaltoernooi", vertelde Boli. "Hij was niet fit meer, zijn enkels werkten niet meer mee. Hij vertelde me dat zijn laatste blessure luisterde naar de naam Basile Boli."

Omkoping
Lang kon Marseille niet genieten van de unieke triomf. Enkele weken na de finale kwam een grootschalig omkoopschandaal aan het licht. Voorzitter Bernard Tapie had enkele spelers van de Franse club Valenciennes, voor de CL-finale tegenstander van Marseille in de Franse competitie, steekpenningen gegeven om rustig aan te doen. Op die manier zou Marseille geen averij oplopen in de competitie en zich bovendien rustig kunnen voorbereiden op de CL-finale. De fraude bleef echter niet onbestraft. Marseille moest de titel van 1993 opgeven en werd teruggezet naar de tweede divisie. De zege in de Champions League werd niet geschrapt, maar Marseille mocht zijn titel niet verdedigen.  

Doping
Middenvelder Jean-Jacques Eydelie  was een van de spelers die betrokken was bij het omkoopschandaal en werd daarvoor ook veroordeeld. Later deed hij in zijn biografie een boekje open over fraude en ook over dopinggebruik in zijn periode bij l’OM. Eydelie verklaarde dat hij en zijn teamgenoten voor het begin van de finale van de Champions League een injectie kregen. Alleen de Duitse aanvaller Rudi Völler weigerde de spuit. "Voor de finale werd ons gevraagd in de rij te gaan staan voor een injectie", zei Eydelie in 2006 in l'Equipe Magazine. "Völler was de enige die protesteerde. Hij schreeuwde naar iedereen in de kleedkamer, in het Duits."


Rudi Völler was de enige speler van L'OM die protesteerde tegen het gebruik van doping.

Eydelie vertelde er niet bij welke substantie de spelers kregen. Wel voelde hij zich anders dan normaal. "Ik had een droge mond tijdens de wedstrijd. Mijn lichaam reageerde niet zoals het zou moeten reageren. Ik wist ook niet wat het had moeten doen met me. Eigenlijk hinderde dat spul me meer dan alle andere dingen. Het was de eerste en de laatste keer dat ik akkoord ging om iets te nemen."

Zoals Juventus ondanks verhalen en bewijzen over dopinggebruik de beker van 1996 niet hoefde in te leveren, zorgde ook de bekentenis van Eydelie er niet voor dat Olympique Marseille de Champions League verloor. De UEFA besloot geen onderzoek in te stellen, omdat alleen binnen tien jaar na dato eventueel nog straffen uitgedeeld hadden kunnen worden. Ook liet de UEFA in 2006 weten dat het niet mogelijk was om dopinggebruik uit 1993 te bewijzen.

De beker bleef in Frankrijk, een beker met een smet weliswaar, en vol verhalen.

Gerelateerd