thumbnail Hallo,

Met het overlijden van Gerrie Mühren is een bijzonder mens heengegaan. Veel te vroeg. Een portret op basis van zijn eigen verhalen, over voetbal, Volendam en rennen.

Door Jesse Wieten

Gerrie Mühren was een oud-stervoetballer, maar gedroeg zich nooit als een ster. Hij was een benaderbare man, ook voor journalisten. Altijd aanspreekbaar. Nuchter, maar bevlogen. Geen geheime agenda, geen geheim telefoonnummer.  Zijn nummer was gemakkelijk te achterhalen, was gewoon te vinden in de telefoongids op internet, tussen vele andere Mührens in Volendam. Zijn opvallende initialen G.D.H.M. (Gerardus Dominicus Hyacinthus Maria) leidden naar de juiste.

Namens Goal belde ik hem voor het eerst in november 2010. De huistelefoon bleek doorgeschakeld naar zijn mobiel.  Mühren stond in Zuid-Amerika op het punt een vliegtuig in te stappen. Hij had net een scoutingstrip voor Ajax achter de rug. Altijd onderweg. Of ik hem de volgende dag terug kon bellen. Dat deed ik en later volgden meer gesprekken.

De zomer van 2011. Door een van mijn opdrachtgevers, het Chinese persbureau Xinhua, werd mij verzocht op korte termijn een interview te regelen met een kenner van het totaalvoetbal uit de jaren zeventig. Ik dacht meteen weer aan Gerrie Mühren. We spraken af aan De Dijk in Volendam, bij Hotel Old Dutch. Stipt op het afgesproken tijdstip van 10.00 uur ’s ochtends kwam Mühren aanrijden op de fiets. In de regen. Vanwege de aanwezigheid van mijn Chinese collega’s deden we het interview in het Engels. Dat ging Mühren goed af. Zijn verhalen en anekdotes waren talrijk.

Over vergelijken:
“De omstandigheden zijn nu anders, vergelijken is moeilijk. De velden zijn nu mooier en de bal rolt beter. Het spel is daardoor sneller. In onze tijd rolde de bal niet zo soepel. Als wij op deze velden zouden spelen, zou de bal ook sneller rondgaan. Nu klagen ze al over een grasspriet die er bovenuit komt. De schoenen zijn overigens niet beter dan vroeger. De Copa Mundial van Adidas blijft in mijn ogen de beste schoen ooit. Nu hebben al die schoenen een kleurtje, maar beter zijn ze niet.”

“Een wedstrijd tussen het Ajax van toen tegen het huidige FC Barcelona of het Oranje van 1974 tegen het Spanje van nu? Ik moet het nog zien. We hadden veel kracht in de verdediging, een sterk middenveld en een fantastische voorhoede. En we hadden natuurlijk Johan Cruijff. Als de Cruijff van toen bij Spanje zou spelen, was alles opgelost. Dan hebben ze alles. Wij hadden wel enorm veel karakter in de ploeg en konden het middenveld aanpakken. Dan zouden ze het moeilijk krijgen. Ik denk toch dat wij zouden winnen.”

Over Johan Cruijff:
“Hij was zo slim. Wij gaven hem de bal en hij hield de bal net zo lang vast als hij wilde. Messi is een ander type. Misschien is hij iets beter, maar Cruijff was veel slimmer. Hij praatte en organiseerde alles in het veld. Een voorbeeld. Voor een wedstrijd in De Meer stonden we op het veld. Het regende en Cruijff nam me mee naar het zestienmetergebied. Hij liet een plas water zien. Toen begon de wedstrijd. De tegenstander speelde terug op de keeper, de bal bleef hangen in die plas en alleen Cruijff reageerde. Doelpunt.”

"Misschien is Messi beter, maar Cruijff  was veel slimmer. Hij praatte en organiseerde alles in het veld" - Gerrie Mühren over oud-teamgenoot Johan Cruijff

Over Rinus Michels en Stefan Kovacs:
“We waren een keer in Duitsland voor een wedstrijd tegen 1. FC Nürnberg. We kwamen ’s avonds aan bij het hotel en opeens zegt Michels dat we over een uur moesten trainen. Op een veldje achter het hotel. Waarom? Omdat Cruijff had gerookt in de bus. Michels was streng. Het hele team moest trainen. Later kregen we Kovacs. Ze hadden een verschillende aanpak.”

“Een keer in een hotel met Kovacs. Niet roken, zei hij tegen ons. Vervolgens gingen we naar de slaapkamers en Cruijff en Keizer waren de laatsten in de rij. Bij beiden stopte hij een pakje sigaretten in hun zak. Hij wist dat zij de besten waren en het verschil konden maken.”

Over afzeggen voor het WK van 1974:
“Mijn pasgeboren zoontje huilde vier maanden lang, dag en nacht. We wisten niet wat het was. Het was ongelooflijk. Ik vertelde aan Rinus Michels dat ik niet zou meegaan, omdat we niet wisten wat het was. Michels vroeg me nog een week te wachten, maar ik wist het zeker. Mijn familie is het belangrijkst. Daarna komt voetbal. Na enkele maanden ontdekten de medici dat mijn zoontje last had van een navelbreuk. Als hij ging huilen, werd de pijn alleen maar erger. Ik heb geen spijt van die beslissing om niet naar het WK te gaan. Ik zou nu hetzelfde doen.”

Over techniek en lopen:
“Techniek was voor mij niet het belangrijkste. Lopen zonder bal was voor mij belangrijker. Bij Ajax speelde ik achter Piet Keizer. Ik ben zo vaak buitenom gelopen, zonder dat ik de bal kreeg. Maar daardoor ging de libero van de tegenstander naar mij toe en kwam Johan Cruijff vrij te staan. Van de veertig keer dat ik ging, kreeg ik drie keer de bal. Maar ik  deed het voor het team. Techniek had ik van nature, nu nog steeds. Ik kan nog steeds onbeperkt hooghouden. Maar conditie moest ik opbouwen. Ik wilde in de laatste vijf minuten hetzelfde kunnen doen als in de eerste vijf minuten. Talent voor lopen had ik wel. In militaire dienst won ik alle loopwedstrijden.”

Over Volendam:
“Tegenwoordig kopen jongeren in Volendam een gitaar. In de muziek is veel makkelijker geld te verdienen. Dat zie je aan Jan Smit, Nick en Simon en de 3j’s. En er komt nog veel meer aan, geloof me. Iedereen in Volendam is muzikaal. Dat is ongelooflijk. Als je tien Volendammers ziet fietsen, hebben er zes een gitaar op hun rug en de andere vier kunnen zingen. Vroeger was Volendam een puur voetbaldorp met een beetje muziek. Nu is het andersom. En aan De Dijk is het natuurlijk ook heel gezellig voor de jeugd. Het voetbal op straat ontstond een beetje uit armoede en die armoede is er niet meer.”

"Toen ik in Spanje speelde, kwam ik soms iemand tegen en dan dacht ik: Dat is gewoon een Volendammer. Maar dan was het een Spanjaard. Dat is geen toeval"

“Het vissen zit in ons bloed, het sporten, teamsporten als handbal en voetbal dan, en de muziek. Ook hebben alle Volendammers een bijnaam. Er zijn wel 100 Dick Tols, dus dat moet wel. Ik heb zelf geen bijnaam, want ik ben geen echte Volendammer. Mijn vader is hier geboren, maar zijn vader is geboren in Alkmaar. En daarvoor komt mijn familie uit Duitsland. Ik geloof in het verhaal dat Volendammers afstammen van Baskische vissers die 400 of 500 jaar geleden hier aanmeerden. Daarom is iedereen in Volendam katholiek. Daarom zijn Volendammers anders, creatief. Toen ik in Spanje speelde, kwam ik soms iemand tegen en dan dacht ik: Dat is gewoon een Volendammer. Maar dan was het een Spanjaard. Dat is geen toeval.”

Over gezondheid:
“Mijn hartslag was altijd erg laag, nu nog. Toen was ie 30 slagen per minuut en nu 40. Terwijl 60 tot 80 normaal is. Na tien kilometer hardlopen was mijn hartslag nog steeds niet hoger dan 110. Binnen een minuut was ie weer 60. Elk jaar moest ik naar het ziekenhuis voor onderzoek, want mijn hartslag was eigenlijk te laag.”

“Ik ben altijd blijven hardlopen. Ook in de zomerstop ging ik tijdens mijn loopbaan gewoon rennen. Nu doe ik het om de dag. Om 6.00 uur sta ik op en ga ik tien kilometer lopen. Ik doe het niet elke dag, want daar heb ik geen tijd voor. In het buitenland doe ik het wel iedere dag. Aan de hele wereld vertel ik: Blijf bewegen. Ik moet natuurlijk even afkloppen, want ik kan zo instorten. Maar in veertig jaar ben ik nooit ziek geweest. Ik rende alle virussen  eruit.”

Na afloop van het gesprek in Hotel Old Dutch in Volendam werkte Mühren nog mee aan wat extra shots voor de camera. Hij deed net of hij aan de bar een kop koffie bestelde, liep enkele keren in en uit het hotel, wandelde even met een paraplu over de dijk. Toen fietste hij weg, zwaaiend naar bekende voorbijgangers. 

Mijn Chinese collega’s waren net als ik diep onder de indruk van Gerrie Mühren. Zo’n vriendelijke, levenslustige, gepassioneerde oude man hadden ze nog nooit meegemaakt. Over zijn ziekte wist ik tot dit jaar niets. Tot Sjaak Swart mij daar dit jaar toevallig op attent maakte. En nu is hij dood. Het afkloppen heeft niet geholpen. Deze ziekte kon hij niet weglopen. Gerrie Mühren (67) rent niet meer.

Volg Jesse Wieten op

Gerelateerd