thumbnail Hallo,

"Kan je wel tegen je verlies", waarschuwt Rob de Wit me telefonisch. We hebben het niet over een partijtje voetbal. Dat zou ik nu misschien wel winnen. Nee, we gaan dammen.

Anderhalf jaar terug ging ik op bezoek bij Rob de Wit (49). Ook toen stond Hongarije – Nederland voor de deur. Op uitnodiging van de KNVB zou de oud-international de trip meemaken. Terug naar de plek van zijn legendarische stiftbal van 14 mei 1985, waarmee hij Oranje de winst bezorgde. We spraken over de drie hersenbloedingen die hem daarna troffen en zijn leven veranderden. We spraken ook over zijn nieuwe passie: dammen. Het dambord lag toen al op tafel, maar bleef onaangeraakt. Voor een partijtje kon ik hem altijd bellen, zei De Wit.

Op een zonnige woensdagmiddag in augustus 2012 zit ik voor de tweede keer aan tafel in Nieuwegein. “De trip naar Hongarije was mooi, maar erg zwaar”, vertelt De Wit. “Vanwege de vliegreis vooral. Het wachten. Dit keer ga ik niet meer mee. Ik ga wel kijken op televisie. Ik denk 1-3.”

Het schilderij van de stift hangt nog aan de muur en zijn trouwe hond Bugsy is weer present, een jaartje ouder, elf inmiddels, maar nog springlevend. Nieuw is de aanwezigheid van Angelique, Robs levensgezellin. Ze hebben elkaar voor het eerst ontmoet tijdens het uitlaten van hun honden. Die van haar is inmiddels overleden.

Het huis is wat opgeknapt, het licht komt van alle kanten binnen. Ook Rob straalt. “Het gaat heel goed”, zegt hij. “Nu ik een relatie heb, zit ik in een veel positiever denkpatroon. Toen ook, maar anders. Ik ben zestien jaar alleen geweest. Nu heb ik weer een relatie en dat geeft nieuwe energie.”

Angelique geeft ons thee en een koekje en trekt zich vervolgens terug in de studeerkamer om aan haar scriptie te werken. De dampartij kan beginnen.

“Hoe moet het bord staan?”, vraagt De Wit me. Voorafgaand aan het bezoek heb ik nog even snel de damregels doorgenomen op internet. Ik ben enigszins voorbereid. “Zwart links beneden”, zeg ik. “Aha, een kenner. Ik moet oppassen”, reageert Rob.

1-0

Om te voorkomen dat de partij heel snel eindigt, legt Rob me vooraf de Haarlemmerzet uit. Dit is een standaardcombinatie waarmee zwart al binnen enkele zetten twee schijven kan winnen. Rob doet de combinatie enkele keren voor, zodat ik me niet te snel gewonnen hoef te geven. We loten, ik speel met zwart. Ik start voorzichtig, wil geen fouten maken, maar bezwijk uiteindelijk wel. Drie keer moet Rob me redden door me te wijzen op een dam na meerdere slagen. Hij heeft clementie en daardoor blijf ik lang in leven. De afloop blijft echter onvermijdelijk: 1-0 voor de thuisdammer.

In de pauze schuift Angelique aan. Ze zit in de laatste fase van haar HBO-studie voor personeelsadviseur. Rob zegt: “Ik heb ook op het Atheneum gezeten. De brandweer moest me van het dak halen.” Ik vat de grap wat laat. Hij vervolgt: “Nee, zonder gekheid. Ik heb MAVO en LTS gedaan. Op mijn zeventiende ging ik in dienst en op mijn achttiende debuteerde ik voor FC Utrecht.”

Ook het balkon ligt er netjes bij. “Ik moet het gras nog maaien”, zegt Rob me. Ik kijk in eerste instantie andermaal onbegrijpend. Naar het kunstgras. 

Dammen

Dammen is voor Rob de Wit geen grap, maar een bloedserieuze bezigheid. “En natuurlijk een erg leuk spel. Vroeger damde ik wel eens. Ik had een hoop tijd over en zocht iets om onder de mensen te zijn. Ik ben gaan bladeren in de gemeentegids van Nieuwegein. Dan ga je denken: Wat wil je doen? Lichamelijk was het niet handig om op atletiek te gaan. Dammen vond ik leuk en ik keek of er een damvereniging te vinden was in Nieuwegein. Toen heb ik op donderdag een paar keer meegedaan op de vaste clubavond en ben ik lid geworden. Dat was in 2000.”

“Sinds zeven jaar krijg ik damles en ben ik echt goed gaan dammen. Woensdagavond is mijn lesavond en donderdag mijn clubavond. Nu ik een relatie heb, ga ik de ene week naar de club en de andere week heb ik les. Elke week dam ik wel een keer. Doordat wij nu samen dingen doen is een keer in de week genoeg. Voorheen was het twee keer in de week en was ik ook dagelijks met een damboekje bezig. Problemen oplossen. Alleen maar kijken en oplossen. Heerlijk, in alle rust dammen. Misschien vind ik die rust zo prettig omdat ik vroeger altijd heb gevoetbald in de drukte.”

“Lichamelijk kan ik bijna niks en dammen gaat me voor mijn doen redelijk af. Het spel ziet er simpel uit, maar er zit zoveel in. Er is zoveel literatuur over dammen om te studeren. Dat zegt genoeg. Lezen gaat voor mij helaas niet meer zo. Mijn ogen worden minder, maar lezen is ook te inspannend. Twintig tot honderd regels gaat nog wel, maar een boek lezen kost me meer en meer moeite. Voor dammen moet ik me ook concentreren, maar het is anders. Ik wil niet over me heen laten lopen. Ik blijf geconcentreerd omdat ik geen fouten wil maken, geen blunders. Dat heb ik met een boek helemaal niet.”

“Na een dampartij ben ik moe. Van deze partij niet, nee, maar van een goede dampartij wel. Normaal heb ik twee uur denktijd en hij twee uur. We beginnen op de club altijd om acht uur en zijn soms pas om twaalf uur klaar. Voor een nabespreking heb ik dan geen fut. Ik dam intensief, want ik wil winnen. Als ik het wel best vind, verlies ik. Ik wil winnen, beter worden. Als een partij intensief is geweest, heb ik moeite om in slaap te komen. Na een voetbalwedstrijd was het nog veel erger. De druk was zo groot dat ik echt uren wakker lag. Nu lig ik geen uren wakker, maar ik kan niet meteen slapen.”

Rob toont me op zijn iPad de ranglijst van de Utrechtse dambond. Bovenaan staat oud-wereldkampioen Ton Sijbrands met een rating van 1606. Hij speelt voor ADG in Amersfoort. Rob staat op positie 204, met een rating van 501. Een dag na mijn bezoek begint de clubcompetitie van zijn club, het Nieuwegeins Damgenootschap NDG. “Heerlijk. Ik krijg er positieve energie van. Spelen tegen jou is een goede training.”

2-0

In de tweede partij verzoek ik me Rob me niet te helpen. Toch kan hij het één keer niet laten. Weer een kansloze nederlaag. Eindstand: 2-0.

"Na een dampartij ben ik moe. Van deze partij niet, nee, maar van een goede dampartij wel" - Rob de Wit over een dampartij met verslaggever Jesse Wieten

Rob heeft na afloop toch wat aardige woorden voor me over. “Je denkt na en zet niet klakkeloos”, zegt hij.  “Ik zie zeker dat je talent hebt om te dammen. Het is niet zo dat je snel van het bord wordt gespeeld. Ja, nu door mij, maar dat kan ook niet anders. Als je even tijd spendeert in dammen, heb je het zo onder de knie. Dat zie je gelijk. Je hebt wel degelijk potentie om….”

“Een topper te worden?” vul ik aan.

“Nou, een topper…”, antwoordt Rob. “Om een goede dammer te worden.”

De Wit maakt zich zorgen om de toekomst van zijn favoriete tijdverdrijf. “De club wordt steeds kleiner, er is geen aanwas van de jeugd. Die zitten liever achter een computer. Jongeren gaan niet meer dammen, bij ons niet in ieder geval. Dat is wel jammer, die vergrijzing bij het dammen. De kans is aanwezig dat de club wordt opgeheven. Het ledental is minimaal. Gelukkig zijn er genoeg damclubs in de buurt om eventueel lid te worden. Zolang mijn gezondheid het toelaat, blijf ik zeker dammen.”

Volg Jesse Wieten op