thumbnail Hallo,

Of het noodlijdende SC Veendam ooit nog een international voortbrengt, is de vraag. Ze zijn niet met veel, maar ze zijn er wel, internationals met een band met Veendam.

EXCLUSIEF
Door Jesse Wieten

Oranje en Veendam, een connectie die bestaat. Voormalig Veendam-trainers Otto Bonsema en Cor van der Gijp waren als speler ooit international en de latere bondcoach Leo Beenhakker begon zijn trainersloopbaan bij Veendam. In 1936 stond er zelfs een speler van Veendam in het Nederlands Elftal, in een officieuze wedstrijd tegen de Engelse club Nottingham Forest weliswaar. Zijn naam was Jaap Woltjes. De Veendamse linksbuiten deed als invaller mee. Woltjes is een van de spelers die met Veendam in 1932 kampioen van het Noorden werd, zijn broer Koos was een van de anderen. Na Woltjes trok geen Veendammer meer het Oranje aan. Wel volgde een select groepje internationals dat ooit het geelzwarte shirt van Veendam droeg of dat in hun nadagen nog deed.

De Zwarte Panter De Munck

Doelman Frans de Munck was de eerste en tegelijk ook grootste international die ooit voor Veendam speelde. Zijn naam luidde niet voor niets De Zwarte Panter, vanwege zijn zwarte haren, zijn zwarte shirt en zijn katachtige reflexen. De Munck, die op Kerstavond van 2010 op 88-jarige leeftijd overleed, speelde 31 keer voor het Nederlands Elftal, van 1949 tot 1960. Ook deed hij mee aan de beroemde benefietwedstrijd tussen Nederland en Frankrijk in maart 1953. Bij dat duel in Parijs werd geld opgehaald voor de slachtoffers van de watersnoodramp enkele weken daarvoor. Na zijn interlandloopbaan speelde De Munck nog drie jaar voor BV Veendam in de Eerste Divisie, tussen 1961 en 1964.

WK-finalist Nanninga

Een andere befaamde international op de all-time spelerslijst van Veendam is Dick Nanninga. De nu 64-jarige Nanninga raakte in juli vorig jaar in coma, als gevolg van complicaties bij een beenoperatie. Hij ontwaakte enkele maanden later uit zijn coma en werkt momenteel aan zijn herstel. De oud-spits maakte vooral furore op het WK van 1978 en was ook actief op het EK van 1980. In totaal speelde hij vijftien interlands waarin hij zes keer scoorde. Nanninga kende een opvallende start van zijn loopbaan, bij Veendam. In 1973 werd Nanninga op 24-jarige leeftijd door Veendam weggekaapt bij de Groningse amateurclub Oosterparkers. Een jaar later vertrok hij naar Roda JC en vijf jaar later speelde hij de WK-finale tegen Argentinië, waarin hij het enige Nederlandse doelpunt maakte.

Topspits Koolhof

Enkele jaren na het vertrek van Nanninga leverde Veendam een nieuwe topspits af. Ook Jurrie Koolhof begon zijn profloopbaan aan De Lange Leegte. Koolhof werd op 10 januari 1960 geboren in het Groningse Beerta. Tot zijn zestiende was hij actief voor het plaatselijke THOS (Tot Heil Onzer Spieren). “Als jongen uit de regio was het leuk om te kunnen doorbreken bij de dichtstbijzijnde club”, aldus Koolhof tegen Goal.com. “FC Groningen had toen ook geen interesse, dus de keuze was niet moeilijk. Het was een logische keuze. Eerder had ik niet naar Veendam gekund, want de club had toen geen jeugdafdeling. Een stichting mocht naar twee elftallen hebben, een eerste team en de beloften. Ik begon bij de beloften en zat vanaf 1978 bij het eerste. Na mijn debuut ben ik niet meer uit de basis verdwenen. We hadden een aardig elftal met onder anderen André Brouwer, Roelf-Jan Tiktak, die later naar AZ ging, en Jan Korte. Een echt hoogtepunt kan ik me niet herinneren. Ik kon me onderscheiden met doelpunten.”

Koolhof maakte in zijn eerste profseizoen negen doelpunten in 33 wedstrijden in de Eerste Divisie en was een seizoen later zeventien keer trefzeker in 28 duels. De interesse voor het talent uit het noorden bleef niet uit. “Vitesse had belangstelling”, weet Koolhof. “Coach Henk Wullems ging kijken bij een duel met FC Wageningen op de Wageningse Berg en daar scoorde ik altijd. Dat stadion was mijn favoriet. Ik maakte indruk en Vitesse wilde me hebben, maar we kwamen er financieel niet uit. Toen besloot ik om toch bij Veendam te blijven en verlengde ik met een jaar. Vitesse kwam een paar weken later toch terug. Gelukkig stelde Veendam zich toen heel netjes op en kwam het toch rond. Vitesse heeft 230.000 euro voor me betaald, waarvan 200.000 al was bepaald en 30.000 als compensatie omdat ik net had verlengd.”

Via Vitesse belandde Koolhof bij PSV en bij de Eindhovense club ging hij door met zijn voornaamste kwaliteit: scoren. Als beloning voor zijn prestaties werd hij uitverkoren voor Oranje. In totaal speelde de aanvaller in 1982 en 1983 vijf interlands.  In 1993 was voor Koolhof de cirkel rond en keerde hij terug naar het hoge noorden, naar Veendam. “De toenmalige trainer Henk Nienhuis wilde me graag hebben. Ik liep al richting het einde van mijn loopbaan en kwam net terug van een blessure. Achteraf was het geel geweldig succes. Het mooiste was er ondanks zeven doelpunten bij mij af.”

Meijer, Huistra en Schaken

Ook Pieter Huistra heeft een Veendam-verleden. De huidige trainer van De Graafschap, werd als groot talent van FC Groningen een jaar op huurbasis gestald aan De Lange Leegte. Veendam speelde destijds in de Eredivisie en Huistra kwam tot 33 wedstrijden en vijf doelpunten. Kees Rijvers haalde hem daarop naar FC Twente en via de Tukkers haalde de frêle linksbuiten het Nederlands Elftal. Huistra speelde van 1988 tot 1991 acht interlands. Daarnaast was eenmalig international Hennie Meijer in de nadagen van zijn loopbaan actief voor Veenkolonialen, van 1996 tot 1998.

Pieter Huistra Ruben Schaken

Ook in de huidige selectie van Oranje zit sinds kort een speler met een verleden bij Veendam. Ruben Schaken kreeg  in 2005 geen contract bij Cambuur en beleefde daarna bij Veendam een herstart van zijn loopbaan. Na drie jaar Veendam kwam hij via VVV-Venlo bij Feyenoord terecht. Daar presteerde hij zo goed dat bondscoach Louis van Gaal hem op dertigjarige leeftijd al twee keer opstelde in Oranje. 

Hoe verder?

Krijgt Veendam ooit weer de mogelijkheden om een oud-international naar de club te halen of een nieuwe international op te leiden? De club uit de Jupiler League verkeert in financiële nood en vroeg afgelopen dinsdag surseance van betaling aan. Koolhof, een van de oud-internationals, blijft realistisch. “Het is jammer dat er van Veendam maar geen stabiele club van kan worden gemaakt. Het draagvlak ontbreekt blijkbaar. Er is geen stevig fundament. Op een gegeven moment is het voorbij en valt een club echt weg, zoals onlangs bij AGOVV. Aan alles komt een eind. Het achterland is niet groot en een grotere club als FC Groningen zit in de buurt.  Het wordt lastig, maar hopelijk redden ze het. Het blijft toch een mooie club, de club van mijn roots.”

Volg Jesse Wieten op

Gerelateerd