thumbnail Hallo,

Zaterdag staat de 43ste Eredivisieconfrontatie tussen PSV en FC Utrecht in Eindhoven op het programma. Slechts één keer wonnen de Domstedelingen, met Jan Wouters én Ton de Kruijk.

Tegenwoordig is voormalig Utrecht- en PSV-speler Wouters hoofdcoach bij FC Utrecht en is De Kruijk teammanager. Laatstgenoemde begon vier jaar geleden in die functie, onder hoofdcoach Ton Du Chatinier, ook een speler die er op 25 oktober 1980 bij was in Eindhoven. Utrecht won die dag met 2-3. "We hadden in die periode een heel sterk team", aldus de nu 57-jarige De Kruijk tegen Goal.com.

"Met onder anderen Wouters, Du Chatinier, Frans Adelaar, Willy Carbo, Hans van Breukelen. We kwamen met 2-0 achter en dat we alsnog met 2-3 wonnen was verrassend, want veel van onze spelers waren nog onbekend. PSV had echter ook een heel sterke ploeg. De helft bestond uit spelers die twee jaar terug nog de finale van het WK hadden gehaald. Met de gebroeders Van de Kerkhof, Jan Poortvliet, Ernie Brandts, noem ze maar op."

FC Utrecht beleefde die jaargang 1980/1981 zijn beste seizoen uit de historie, met als eindresultaat een derde plaats. Het zag er zelfs naar uit dat de club als tweede zou eindigen, weet De Kruijk. "Het mooie was dat ik thuis nog een penning heb liggen ter ere van de tweede plaats. Die waren al gemaakt, maar uiteindelijk verloren we in de laatste wedstrijd van Ajax en werden we derde. Die penning hebben we toch gekregen."

Vergelijkbaar
"Het Utrecht van toen was echt een vriendenclub", zegt De Kruijk. "We speelden met veel jonge Utrechtse jongens, aangevuld met wat oudere spelers als Leo van Veen, Joop Wildbret, Gerard van der Lem en Willem van Hanegem. Eigenlijk is de situatie van toen vergelijkbaar met de situatie van nu. Ook nu komen er veel jonge jongens door uit de regio. Dat was toen ook het geval. Destijds was dat uit nood geboren, want er was geen geld. We waren toen eigenlijk net opnieuw begonnen en speelden voor het tweede jaar met die jonge groep. In het begin denk je: Wat gaat dit worden? Maar het pakte goed uit, net als nu. Het helpt ook dat er Utrechtse jongens aan het roer staan. Vier jaar terug ben ik begonnen bij Du Chatinier met Jan Wouters als assistent. Nu is Rob Alflen assistent. Ze weten wat er leeft binnen de club."

"Momenteel hebben we ook een vriendengroep", vervolgt De Kruijk. "Ze doen veel dingen samen, gaan samen op pad, net als vroeger. Dat zie je terug op het veld. Ze doen een stapje extra voor elkaar. Wouters zet alles goed neer. Hij probeert de spelers zijn visie en speelwijze bij te brengen. Dat kost tijd, maar hij blijft er steeds maar op hameren. Deze groep zit nog niet aan zijn plafond, er zit veel meer rek in. Ik ben benieuwd waar het eindigt. Veel jonge spelers kunnen nog beter worden. Jens Toornstra is ook een heel goed speler, zit ook niet aan zijn plafond. Of neem de Australiërs (Adam Sarota, Tommy Oar, Michael Zullo, red.). Aan die drie werd ook getwijfeld. Nu staan ze er. Veel van de jongens van toen zijn ook uitgegroeid tot goede spelers, sommige zelfs tot internationals, zoals Wouters en Van Breukelen. Wouters kwam toen net kijken. Hij was pas een jaar of twintig. Later ging hij naar Ajax. Dat is een beetje de rol van Utrecht en dat zal altijd zo blijven. Utrecht leidt spelers op tot ze toe zijn aan een stapje hoger. Ik hoop dat we deze groep een tijd bij elkaar kunnen houden. Die groep van dertig jaar geleden bleef langer bij elkaar en dan komen er vanzelf automatismen. Iedereen kende elkaar goed. Langzaamaan komen die automatismen nu ook en dat levert resultaten op."

Hoop op herhaling
De Kruijk bleef Utrecht zijn hele loopbaan trouw, van 1975 tot 1988. "Ik was politieman en dat ben ik nog steeds, parttime wijkagent. Er was wel eens interesse van bijvoorbeeld Sparta, maar dat zag ik niet als verbetering ten opzichte van Utrecht. Bovendien moest ik dan misschien mijn baan opgeven. Interesse van topclubs kwam er niet. Ik was een hard werkende centrale middenvelder, een ballenafpakker, die de bal snel bij een ander inleverde. Wel pikte ik
regelmatig een doelpunt mee en bovendien nam ik de strafschoppen. Dat was mijn specialiteit. Mijn rol was verder vooral om de spelbepaler van de tegenstander uit te schakelen, zoals Louis van Gaal bij Sparta, Guus Hiddink bij De Graafschap en Willy van der Kuijlen bij PSV."

Tegen PSV moest De Kruijk één doelpunt van Van der Kuijlen toestaan, maar die tegengoal compenseerde hij door zelf de aansluitingstreffer te maken, een schuiver. Van Veen en Van der Lem bezorgden Utrecht daarna de winst. "PSV liet ons een beetje voetballen. Dat is hun stijl en dat geldt nu ook nog. Maar ze scoren net als toen heel gemakkelijk. We moeten als Utrecht veel strijd leveren en een beetje geluk hebben. Dan kunnen we boven onszelf uitstijgen. Ik hoop
dat we zaterdag voor de tweede keer ooit kunnen winnen in Eindhoven. Gemakkelijk wordt het niet. Onlangs maakte PSV er nog zeven tegen ADO. Maar we moeten sowieso altijd hard blijven werken, anders kan je van iedereen verliezen, zoals tegen NEC. Dat hebben we gemerkt. Maar we kunnen ook van iedereen winnen. Dat is Utrecht."

Utrecht staat nu zesde en een evenaring van de derde plaats van het seizoen 1980/1981 wordt lastig, beseft De Kruijk. "We gaan lekker, maar laten we maar gewoon blijven doen. Eerst moeten we proberen bij de eerste acht te eindigen en de play-offs te halen. Dan zien we daarna weer verder. Het liefst willen we kampioen worden, maar we moeten wel reëel blijven. We krijgen nog een zwaar programma, om te beginnen zaterdag met PSV uit."

Gerelateerd