Aubameyang-Mkhitaryan en 's werelds beste voetbalduo's

DeelSluiten
Nu Henrikh Mkhitaryan en Pierre-Emerick Aubameyang zijn herenigd bij Arsenal, bekijkt Goal welke andere topduo's de voetbalwereld heeft gehad.

  1. Dwight Yorke & Andy Cole (Manchester United)

    Nadat ze voor het eerst samen werden gebracht in het seizoen 1998/99, groeiden Dwight Yorke en Andy Cole uit tot een verwoestend spitsenduo in het jaar waarin Manchester United onder Sir Alex Ferguson de 'treble' veroverde. Hun back-ups, Teddy Sheringham en Ole Gunnar Solskjaer, beslisten de Champions League-finale in Camp Nou.

    Van de 36 wedstrijden die Cole en Yorke dat seizoen samen in de basis stonden, verloor United er maar één. De twee maaken 53 doelpunten in alle competities, gevolgd door 46 treffers in het jaar daarna.
  2. Fernando Morientes & Raúl (Real Madrid en Spanje)

    Zo rond de millenniumwisseling vormden Fernando Morientes en Raúl één van de meest gevreesde spitsenduo's van Europa. Hun telepathische connectie in de voorhoede van Real Madrid was de opmaat naar de eerste Galáctico-periode van de club.

    De band tussen beide aanvallers was zelfs zo goed, dat Raúl getuige mocht zijn op het huwelijk van Morientes. Toen laatstgenoemde in 2002 niet werd geselecteerd voor de wedstrijd om de Europese Super Cup, liet Raúl zich uit solidariteit zien in het shirt met rugnumer 9.

  3. Ian Rush & Kenny Dalglish (Liverpool)

    Gezien zijn legendarische status bij Liverpool is het moeilijk te geloven dat Kenny Dalglish in 1981 tien maanden lang niet wist te scoren. De Schot overwoog als middenvelder te gaan spelen toen hij na zijn 30ste verjaardag zijn vorm helemaal kwijtraakte.

    Dat veranderde allemaal toen Ian Rush arriveerde. Dalglish werd steeds meer een spits die zich een beetje liet terugzakken om in de rug van Rush te spelen. Het duo scoorde er op los toen Liverpool in de eerste drie jaar met dit spitsenduo driemaal kampioen werd. Rush en Dalglish maakten samen 59 goals toen de club in 1983/84 ook de Europacup 1 pakte.

  4. Xavi & Andrés Iniesta (Barcelona en Spanje)

    Eén van de beste middenveldduo's ooit. Xavi en Iniesta veranderden het moderne voetbal met hun nauwkeurige passing namens club en land.

    Samen wonnen ze vier keer de Champions League en een heleboel ander prijzen met Barcelona. Ook hadden ze een groot aandeel in twee Europese titels op rij en tussendoor de eerste wereldtitel in de Spaanse geschiedenis in 2010.
  5. Wim Jonk & Dennis Bergkamp (Ajax & Nederland)

    Het is wel duidelijk dat twee spelers een speciale connectie met elkaar hebben als ze samen op exact hetzelfde moment worden gekocht door een andere club. Dat was het geval toen Wim Jonk en Dennis Bergkamp in 1993 van Ajax naar Internazionale gingen.

    Het duo had zoveel indruk gemaakt bij Ajax dat Inter zeven miljoen pond voor de twee wilde betalen. Allebei hadden ze echter moeite om zich aan te passen in Italië, al werd in 1994 wel de UEFA Cup gewonnen en bleven ze in het Nederlands elftal goed presteren.

  6. Mesut Özil & Cristiano Ronaldo (Real Madrid)

    Cristiano Ronaldo beleefde misschien wel zijn beste periode bij Real Madrid toen hij drie jaar samenspeelde met Mesut Özil. De Duitser creëerde de ene na de andere goal voor zijn Portugese teamgenoot, voordat Özil in 2013 naar Arsenal vertrok.

    Uiteindelijk werd Ronaldo bij 27 doelpunten geassisteerd door Özil. Daarmee had het duo een belangrijk aandeel in het winnen van de landstitel in 2011/12, onder leiding van José Mourinho.

  7. Ruud Gullit & Marco van Basten (AC Milan en Nederland)

    Nadat ze indruk hadden gemaakt in het Nederlands elftal, werden Ruud Gullit en Marco van Basten - samen met Frank Rijkaard - in 1987 overgenomen door AC Milan. Ze hielpen de Italiaanse topclub aan een serie ongekende successen.

    Tijdens hun tijd in San Siro wonnen Gullit en Van Basten samen drie landstitels en twee keer de Europacup 1, terwijl met Oranje natuurlijk de EK-titel werd veroverd in 1988. Bij de start van de jaren '90 vormden Gullit en Van Basten één van de beste aanvalsduo's ter wereld.
  8. Frank Lampard & Didier Drogba (Chelsea)

    Toen Chelsea na de komst van Roman Abramovich in 2003 steeds succesvoller werd, waren Didier Drogba en Frank Lampard nauwelijks af te stoppen.

    De Engelsman leverde in de Premier League 24 assists voor de Ivoriaanse topschutter, wat nog steeds een competitierecord is. Zelf voegde Lampard daar als middenvelder veel doelpunten aan toe.

  9. Andriy Shevchenko & Sergei Rebrov (Dynamo Kiev en Oekraïne)

    Een absoluut topduo toen Dynamo Kiev in 1999 de halve finales van de Champions League wist te bereiken. Shevchenko en Rebrov ontwikkelden zich vanuit het niets tot twee van de populairste spelers van Europa.

    Beiden sloegen ze uiteindelijk hun vleugels uit voor een avontuur in het buitenland, maar in 2006 werden ze wel herenigd voor de eerste WK-deelname ooit van Oekraïne.
  10. Fabio Cannavaro & Alessandro Nesta (Italië)

    Nadat ze in de Italiaanse jeugdelftallen al naast elkaar speelden, groeiden Fabio Cannavaro en Alessandro Nesta uit tot één van 's werelds sterkste centrale verdedigingsduo's.

    Mede dankzij de twee mandekkers haalde Italië in 2000 de finale van het EK in Nederland en België. Zes jaar later was Cannavaro aanvoerder toen de Azzurri wereldkampioen werden, maar Nesta ontbrak op dat toernooi in Duitsland vanwege een blessure.
  11. Alfredo Di Stéfano & Ferenc Puskás (Real Madrid)

    Ook al waren ze allebei al in de dertig toen ze samen werden gebracht in de Spaanse hoofdstad, wisten Alfredo Di Stéfano en Ferenc Puskás al snel hoe ze zowel binnen- als buitenlandse teams van het veld moesten spelen.

    De twee wonnen twee keer de Europacup 1, waaronder die in het seizoen 1959/60. In een legendarische finale tegen Eintracht Frankfurt, dat met liefst 7-3 werd verslagen, zorgden Di Stéfano (drie goals) en Puskás (vier) toen voor alle Madrileense doelpunten.

  12. Marcelo Salas & Iván Zamorano (Chili)

    In het moderne voetbal zie je nog maar weinig spitsenduo's die bestaan uit twee rasechte nummers 9. In de jaren '90 beschikte Chili echter over zo'n tweetal en kon het land dankzij Marcelo Salas en Iván Zamorano boven zichzelf uitstijgen.

    Samen maakten ze liefst 71 doelpunten voor het nationale elftal, al konden ze door het gebrek aan talent op andere posities nooit echt meedoen om de prijzen.